Hartelijk dank voor je deelname aan de masterclass ‘Van microagressie naar microrevolutie’ van Sarita Bajnath. We hopen dat deze sessie je zowel inzichten als handelingsperspectieven heeft gegeven, maar dat ook de onderling gedeelde verhalen je de moed hebben gegeven op te (blijven) staan tegen microagressie.
In deze aftermail delen we de belangrijkste inzichten.
Zoeken naar overeenkomsten Hellen van Dongen, lid van de Raad van Bestuur bij host Sociale Verzekeringsbank (SVB), opende de middag. Als organisatie mensen kunnen bieden waar ze recht op hebben, zorgt dit voor bestaanszekerheid en dus inclusie in de maatschappij. “Voor mij persoonlijk begint inclusiviteit met jezelf kennen en zoeken naar overeenkomsten. We doen veel aan diversiteit en inclusie binnen SVB. Het is superbelangrijk dat iedereen elkaar ziet.”
Vervolgens was het woord aan Roeselien Wekker, adviseur Diversiteit & Inclusie. Ze benadrukt het belang van bewustwording voor diegenen die zich stelstelmatig niet gezien, gehoord en vooral niet begrepen voelen. ,,We gaan bezig met het woord micro: als we iets niet kunnen zien, kunnen we het ook niet oplossen. Het gaat daarbij heel erg van onbewust onbekwaam naar bewust bekwaam gaan.”
Om van microagressie naar -revolutie te komen zijn drie dingen belangrijk: sociale cohesie, bewustwording en handelingsperspectief. En onthoud: context en relevantie doen ertoe, het gaat om meer dan goede bedoelingen, je zult je soms ongemakkelijk voelen en iedereen discrimineert en sluit uit (bedoeld of onbedoeld).

Microagressies en hun impact
Onder microagressie verstaan we structurele vormen van uitsluiting die te maken hebben met machtsrelaties. Het zijn kleine uitwisselingen die dagelijks plaatsvinden; denigrerende opmerkingen, steekjes van agressie. Non-verbaal en verbaal. ‘Wat spreek je goed Nederlands’, bijvoorbeeld. Wat een compliment lijkt, weerspiegelt een wereldbeeld en kan je het gevoel geven dat je een buitenstaander bent in je eigen land. Microagressie wordt ook weleens vergeleken met een muggenbeet: https://www.youtube.com/watch?v=hDd3bzA7450
Microagressies kunnen je heel kwetsbaar laten voelen en zelfs leiden tot depressie en burn-out. “Dit soort opmerkingen kunnen ook veel effecten hebben op je carrière. Als je geen vooruitgang boekt of er niet bij hoort, dan is dat heel frustrerend. Racisme wordt vaak gezien als iemand uitschelden, maar er zijn juist veel microagressies”, zegt Bajnath. En, benadrukt ze: “Microagressie kan meer schade aanrichten dan openlijk racisme.”
Herkenning en emoties Microagressies worden geuit op allerlei gebieden, zoals etniciteit, seksuele oriëntatie en sociale klasse. In de masterclass deelden we voorbeelden uit onze eigen levens. ‘Draagt je moeder een hoofddoek?’, ‘Je kunt zeker lekker nasi maken’ of ‘Waar kom je écht vandaan?’, werden onder andere genoemd. Bajnath: “Wat ze zo ingewikkeld maken, is dat ze goedbedoeld zijn. Alleen die boodschap komt niet over. Er zit ook een vorm van betutteling in; dat iemand niet op een bepaalde plek hoort.”
Vaak is die scheiding met iemand die echte oprechte interesse toont niet zo zwart-wit. Dat maakt het bespreekbaar maken ook lastig. Maar vaak kun je aan de toon en energie van het gesprek wel aanvoelen dat iets microagressie is. Hoe reageer je? Bevries je, geef je netjes antwoord en denk je achteraf na over alle dingen die je had willen zeggen, of ga je direct de confrontatie aan en hoe dan? Microagressie roept emoties op. Besef dat je die emoties mag omarmen en serieus mag nemen.
Bewustwording: een taak van ons allemaal Het besef dat microagressie bestaat en veel schade aanricht binnen organisaties, is een belangrijke stap naar meer diversiteit en inclusie. Niet 1 persoon of een werkgroep moet voor die bewustwording en verandering zorgen; dit vergt betrokkenheid vanuit de héle organisatie om de interne procedures aan te passen. Alleen zo creëren we sociale veiligheid. Als dat er is, ontstaat er meer ruimte om ook die ongemakkelijke en moeilijke gesprekken te voeren met elkaar. Belangrijk, want: “Je kunt niet inclusief worden en handelen, zonder ooit fouten te maken.”
De revolutie: wees assertief Je uitspreken en voor jezelf opkomen is belangrijk en hoeft echt niet altijd met boosheid gepaard te gaan. Juist als je ervanuit gaat dat iedereen kan groeien, kun je opener het gesprek aangaan wanneer je microagressie ervaart. Wanneer spreek je je uit? Stel jezelf (aldus auteur Luvvie Ajayi) drie vragen: Meende je het? Kun je het verdedigen? Zei je het met liefde? Is het antwoord op alle drie ja, dan kun je het gesprek aangaan. Je kunt beter geen verwijten maken, aanvallen, niets zeggen en je humeur laten verpesten, passief agressief worden of ervan uitgaan dat iemand het slecht bedoelt. Het is belangrijk om bij het aanspreken wél assertief te zijn, dus op te komen voor jezelf maar de gevoelens van een ander niet uit het oog te verliezen. “Je mag nee zeggen en je mag ongezellig zijn. Het is niet erg om een harde stop te geven, maar pick your battles; je hoeft niet bij iedere situatie hetzelfde te doen.”
Ben je daarbij bewust van wat jouw gedachten veroorzaakt (g-schema): gebeurtenis -> gedachten -> gevoel -> gedrag. Jouw gedachten over iets zijn heel bepalend in hoe je je voelt en je gedraagt als je wordt aangesproken op iets. Je kunt dan verdedigende reacties verwachten (‘Het was maar een grapje’ of ‘Ik bedoelde het niet zo’) en dat is niet erg. Iemand voelt zich ongemakkelijk en dat betekent niet dat mensen er niet over na gaan denken. Kwartjes kunnen ook later vallen.

Bondgenoten Het gevolg kan ook erger zijn: toxisch gedrag vanuit beleid of pestgedrag, bijvoorbeeld. Het gebeurt. En juist daarom is het voor organisaties belangrijk dat er mensen naast je staan.
Om echt verandering te krijgen, hebben we elkaar nodig: lotgenoten, maar óók mensen die het opnemen voor een ander. Vaak hebben gemarginaliseerde groepen geïnternaliseerde processen die ze meenemen in het gesprek; hebben het gevoel dat hun stem niet zo zwaar meetelt. Daarom is er vaak ook juist een externe persoon nodig om een push te geven in dit gesprek.
Je kunt als bondgenoot contact opnemen met de persoon die microagressie krijgt. Zonder dat je alles direct op je schouders hoeft te nemen, kun je van mens tot mens contact leggen. Vragen hoe het gaat, de ander het gevoel geven gezien te worden. Vergeet niet: iedereen blijft leren; inclusie gaat over doorlopende groei. Ervaar je microagressie, praat er dan over met je naasten en stop het gevoel niet weg.
Tot slot: nog een aantal praktische tips:
- Kijk iemand aan
- ‘Laten we dat niet meer gebruiken/ zeggen?’
- Stel eventueel een alternatief voor
- Wijs het gedrag of de woorden af, maar niet de persoon
- Onthoud: personen kunnen veranderen
- Laat het moment niet de hele situatie bepalen
- Stel duidelijk grenzen, maar geef een persoon ook een kans
- Hou je focus
- Neem soms ook even pauze en reageer niet als je mentale rust nodig
hebt, geen zin hebt in de roddels of niet zeker bent van je zaak
Gedurende de avond zijn er veel mooie foto’s genomen. Via deze link kunt u door het album bladeren.


Bouw mee aan onze online-community
|